dinsdag 1 januari 2013

Mijn lieve moeder




Zij heeft de goede strijd gestreden, zij heeft het geloof behouden. Kalm en tevreden verliet zij het heden. Jaren van arbeid en strijd zijn voorbij. Bij Jezus, de bron van haar leven is zij!

Foto


Hoezeer is het is de moeite waard om aan haar een artikel te wijden. Aanleiding daartoe is haar overlijden op dinsdag 11 december, op de leeftijd van bijna 93 jaar. (22-12-1919)

Drie dagen daarvoor, op zaterdag, belde een zuster van Dunninghe mij met het bericht dat ze mama weer in bed hadden gelegd, na de verzorging die ze haar 's ochtends hadden gegeven. Ze had enorm veel pijn bij het uit bed komen, maar de verpleging moest haar toch even op het toilet helpen. Door de pijn die ze had, is ze op het toilet ook flauw gevallen. De zusters hebben haar weer heerlijk in bed gestopt, maar ze wilden toch wel graag dat we even een arts zouden bellen. Dus ging ik erheen, en trof haar prinsheerlijk in bed.
Het was een beetje vreemd, maar aan mij gaf ze aan dat ze geen pijn had, althans als ze haar mooi rustig lieten liggen. Toch maar even een arts gebeld, en die kwam al vrij snel. Hij gaf haar een injectie morfine tegen de pijn en schreef pijnpleisters voor. Mama had die dag geen zin in eten, en dronk maar erg weinig. Ook medicijnen geven ging moeizaam, en ze verslikte zich ook nog. Dus hebben we de hele rataplan maar gestopt, in overleg met de arts.
Het liet zich al snel aanzien dat haar einde spoedig zou naderen. Dus besloten we om haar vanaf zondag niet meer alleen te laten. Ze dommelde veel, maar 's nachts, toen ik bij haar op een luchtbed in de kamer lag, was ze geregeld helder en wakker. Als ik dan af en toe even kwam kijken, begonnen haar ogen te stralen.
Alsof ze haar ogen niet kon geloven, zei ze: Inge...oh....Inge??? Toen ik haar de volgende ochtend vroeg of ze nog wat had geslapen, zei ze: nee, niet geslapen, ik sluimer alleen, want je moet altijd op je post blijven!
Toen de zusters haar 's ochtends wilden verzorgen, zei ze: laat maar, ik heb nou wel genoeg geleden...

We hadden met de familie een rooster opgesteld, voor de dag en de nacht. Wat een voorrecht als je een rooster kunt maken met zoveel gewillige familieleden. Dinsdagochtend was ik weer aan de beurt en loste ik Els af. Toen maandag het bericht van Marijke kwam dat mama weer wat had gegeten en gedronken, viel mijn mond open van verbazing. We kennen mama als een mensje van verrassingen. Hoe vaak heb ik al gedacht dat het zou aflopen, toen al met die ziekenhuisopname na een valpartij waarbij ze haar heup brak, en ook thuis al wel een aantal keren toen ze ziek was of na een valpartij. Ik dacht dan ook: het zal me ook nog weer niet verbazen als ze toch weer opknapt. Ze had wel een wat rochelende ademhaling, maar ze was verder niet benauwd ofzo. Ze had gewoon geen kracht om te hoesten. Ik heb herhaaldelijk gevraagd of ze pijn had, en dan zei ze: nu niet. Zolang er maar niet aan haar “getrokken” hoefde te worden door de verzorging. We hebben wat gepraat, mama praatte helder terug als ik wat vroeg. Toen ik haar zo vredig en vergenoegd in bed zag liggen, zei ik: mam, wat is God toch goed hè. En daar zei ze zo hartgrondig JA op en knikte alsof haar leven ervan afhing. Om tien uur wilde ze nog een kopje thee, en die heeft ze binnen een half uur bijna helemaal leeggedronken, door een rietje. Els en ik zeiden tegen elkaar dat we ons afvroegen waar mama’s identiteitskaart zou kunnen zijn. Oh, zei mama, die ligt in die kast. En toen ik zocht: Nee, niet die, dat andere kastje. Oké, we konden het nergens vinden. Wetend hoezeer mama altijd gesteld was om belangrijke dingen op vaste plaatsen te bewaren, stelde ik haar gerust, en zei: wie zoekt zal vinden, of niet dan? Daar knikte ze volmondig op. En ja hoor, even later liep ik de kamer in en zag ik achter haar rode stoel het welbekende zwarte tasje van mama waarin haar ID-kaart zat. Ik vroeg of ik even een puzzeltje mocht maken uit het woordstreepboekje. Natuurlijk kind, zei ze. En zo zaten we vredig bij elkaar, elkaar aankijkend, glimlachend. Ze hoorde de klok slaan om tien uur, en gelijk gingen haar ogen naar de klok aan de muur. Mama was altijd erg geïnteresseerd in hoe laat het was. Dat had natuurlijk ook te maken met het feit dat de zusters op gezette tijden bij haar kwamen, en mama’s behoefte aan houvast om te weten wie wanneer zou komen. Tijd en structuur, dat waren belangrijke dingen voor haar. De zusters schreven met opzet op het briefje een iets latere tijd op, omdat mama wel wat paniekerig kon worden als het vijf minuten later werd dan er op het briefje stond. Op enig moment stond ik even bij haar en zei: mam, ik ben wel een béétje verdrietig hoor, dat u ons spoedig gaat verlaten, maar eigenlijk vooral blij dat u nu gauw over de drempel mag gaan. “Ik ook” zei ze. “Blij vooruitzicht dat mij streelt” deze eerste regel van een berijmde psalm noemde ik, en zij maakt de volgende zin zo af. Weet u welke psalm dat is? Nee, ik weet het nummer niet. Ik ook niet, maar ik denk psalm 17. Dus zocht ik die tekst in de bijbel op en las hem voor: ”Maar ik zal in gerechtigheid uw aangezicht aanschouwen, en bij het ontwaken mij verzadigen met uw beeld.” En gelijk erachter aan psalm 4 het laatste vers: “In vrede kan ik mij te ruste begeven en aanstonds inslapen, want Gij alleen, o Here, doet mij veilig wonen.” Je had haar ogen moeten zien, hoe ze deze woorden indronk. Net een hongerig vogeltje. Ze luisterde zo intens als je een tekst of een lied voorlas. Ik had nog steeds geen vermoeden ervan dat dat een half uurtje later al werkelijkheid zou zijn: vredig inslapen en zich verzadigen met Gods beeld. Ze lag op haar rug, de zusters hadden haar lekker in de kussens gelegd. Ik zag haar een paar keer wat trekken met de schouders om iets te verliggen. Hebt u pijn mam? Ja, m’n rug doet zeer. Oké, dan vraag ik een zuster of ze u zo even op de zij komt leggen. Is goed, maar dan wel op die zij. Zo gezegd, zo gedaan, en ze kreunde of kermde helemaal niet toen de zusters haar draaiden. Akkie en Stieneke gaven aan, dat ze de ademhaling heel anders vonden dan die ochtend, 3 uur eerder. En bovendien had ze aan de knieën al circulatieplekken, hetgeen erop wees dat de zuurstofopname lang niet voldoende was. Terwijl ik er tot dan toe nog rekening mee hield dat ze weer zou kunnen opknappen. Maar deze zusters hebben me toen wel uit de droom geholpen. Maar dat het binnen een half uurtje zou zijn afgelopen, dat hadden zij ook niet verwacht. Mama lag heerlijk op de zij, vergenoegd te kijken. Af en toe zakten haar oogjes dicht. Leo belde toen of ik even de achterdeur open wilde doen, zodat hij en Emmy erin konden. Ik zei tegen mama: ik loop even naar de deur hoor, want Leo en Emmy komen eraan. Ik denk dat zij toen haar laatste woorden tegen mij zei: Wà- zeggu? Misschien viel ze al half in slaap en kende ze me even niet meer, wie zal het zeggen?

Emmy heeft haar nog net vijf minuutjes gezien, ik weet niet of ze nog wat tegen haar gezegd heeft. Daarna waren we even in de kamer, en meende ik een wat ander geluid te horen. Ik liep erheen, Emmy zei: nou volgens mij is dit het laatste, als je het vervelend vindt, moet je er niet bij blijven hoor. Maar ik bleef, ze hapte nog twee keer naar adem, en toen was het voorbij. Ik dacht dat ze sliep, maar Emmy had door dat ze niet meer ademde en geen pols had. Ons moedertje is Thuis, zei Emmy.

Wat een bijzondere ervaring, onze gebeden zijn verhoord: mama had geen pijn, was niet benauwd en hoefde niet moederziel alleen te sterven. Zij heeft de goede strijd ten einde toe gestreden!



Dit schattige bloemstukje kwam mijn nicht Sophia brengen. Zij had voor de begrafenis van mama diverse grafstukken gemaakt en had wat bloemen over. In een voor ons bekend schaaltje (was van Esther) heeft ze hiervan een prachtig stukje gemaakt. Hartverwarmend!

Geen opmerkingen: